Praag roept jou. En niet zomaar. Het fluistert vanaf de Karelsbrug, schreeuwt vanaf het Wenceslausplein en zingt zachtjes in de steegjes van de oude binnenstad. Gelukkig ligt Hotel Taurus niet in een of ander dorp op twee uur met de trein, maar pal in Praag. Ten oosten van Vinohrady, waar de locals hun koffie drinken en hun bier flessen als waren het trofeeën.
Je stapt het hotel uit, telt tot vijf minuten en – bingo – je staat bij de tramhalte. Geen gedoe, geen geduw, geen ‘excuse me, waar is de metro?’ De stad ligt letterlijk aan je voeten. De oude binnenstad? 2,5 km. De Karelsbrug, waar elke toerist minstens één keer staat te poseren alsof hij er thuishoort? 3 km. En de Praagse Burcht, die daar zo trots op de heuvel hangt alsof hij de baas is? 4 km. Dichtbij genoeg om te lopen, ver genoeg om je excuus te hebben als je er toch niet komt.
Maar eerlijk: waarom zou je weggaan? Restaurants, bars, clubs – alles zit op een steenworp afstand. Of nou ja, een beetje harder gooien dan een steenworp. Zeg maar tien meter. En het Wenceslausplein, het hart van de stad waar ooit revoluties begonnen en nu vooral biertjes worden verorberd, is slechts tien minuten lopen.
Het hotel zelf? Rustig genoeg om te slapen zonder dat een straatorkest om drie uur ’s nachts jouw droom over een kroket onderbreekt. Modern genoeg om te denken: o ja, ik ben in 2024. En goed genoeg om te zeggen: hier wil ik nog een keer terug.
Dus trek je schoenen aan, of laat ze gewoon thuis – Praag is klein, overzichtelijk, en vooral: heel erg leuk. Hotel, Praag, Praag, Tsjechië
Meer weten? check de link
