Praag roept je naam. En niet zomaar. Het roept met trams die rammelen als oude koekjes, met bier dat smaakt alsof het is gebrouwen door dwergen met een missie, en met straatjes die zo schilderachtig zijn dat je automatisch in slow motion loopt. En dan is er Hotel Cube. Niet omdat het kubiek is, maar omdat het precies in het centrum staat: alsof iemand heeft gedacht: “Waar zet je een hotel neer als je wil dat mensen meteen alles kunnen?” Nou, middenin. Tussen de kathedraal, de rivier, de brug, de trams, de bierbars, de wafelstaatjes en die ene winkel die alleen knoflookvlechten verkoopt (ja, echt).
Je stapt uit je kamer en je staat al in Praag. Je hoeft geen taxi, geen bus, geen ezeltje. Je loopt de deur uit en je bent er. In het hart. Midden in de knal. Alsof je in een film staat waarin jij de hoofdrol speelt en de stad de liefdeverklaring is. De kamer? Modern. Strak. Net zo minimalistisch als een IKEA-katalogus, maar dan zonder dat je zelf iets hoeft in elkaar te schroeven. En gelukkig: de douche werkt. De wifi ook. En het bed is zacht genoeg om je te laten dromen van tsjechische koningen, maar stevig genoeg om je wakker te houden voor het ontbijt.
Het ontbijt. O ja. Daar is brood. En kaas. En ham. En omelet. En bier? Nee, bier is pas vanaf 10.00 uur. Maar goed, je bent op vakantie. Tijd is een illusie, net als je spijkerbroek in de koffer. Je trekt iets aan wat je nooit zou dragen thuis – denk: leren jasje met één schouder – en je denkt: “Waarom doe ik dit niet vaker?” Omdat thuis geen Praag is. En Praag zegt: “Doe maar gek. Hier mag alles. Behalve saai zijn.”
Dus loop. Drink. Kijk. Eet. Zwier. Praag is geen museum dat stil staat. Het is een stad die fluistert: “Kom op, dans eens.” En Hotel Cube is je backstagepass. Hotel, Praag, Praag, Tsjechië
Meer weten? Lees meer
