Denk jij dat pretparken alleen wat zijn voor kinderen met pannenkoekblik en ouders die geduld oefenen? Denk nog een keer. Bobbejaanland is namelijk het enige plekje op aarde waar je als volwassene vol recht in een draaiende, kletterende, krijsende attractie mag belanden – en dan ook nog trots bent dat je het overleefde.
Hier draait alles om plezier met een hoofdletter P. Je hoeft niet te doen alsof je lol hebt. Je hebt het gewoon. Van de eerste gil in de Baron 1898 tot het moment dat je trillend uit de Minimug uitstapt, wetend dat je net een korte, intense relatie had met de zwaartekracht. En dan is er nog de Wild West show, waar je denkt: wacht, dit is toch geen Hollywood? Nee, dit is Bobbejaanland. Maar het voelt net zo dramatisch.
Je kunt er wandelen, ja. Maar waarom zou je? Er zijn attracties die je naar 100 km/u katapulteren alsof je een raket bent en je hebt een kaartje dat alles toestaat. Gebruik het. Je bent hier niet voor de rust. Je bent hier voor die ene achtbaan waarvan je buurman zei: daar ga jij niet in. Jawel. En je lacht nog ook.
Kinderen vinden het leuk? Uiteraard. Maar dit park is gebouwd op een mix van nostalgie, adrenaline en een vleugje gekte. Het is alsof Bobbejaan zelf nog ergens in een hoekje staat, knipoogt en zegt: probeer de Python maar eens zonder handen.
En als je dan toch helemaal los bent, is er eten. Geen truttig gezondspul, nee. Denk: kipcorns, poffertjes, en een ijsje ter grootte van een voetbal. Je metabolisme zegt misschien nee, maar je ziel zegt: eindelijk vrijheid.
Dus trek stevige schoenen aan, zet je bril vast, en ga. Niet om te winkelen. Niet om te mediteren. Maar om te gillen, lachen en eventueel een beetje te huilen van de adrenaline.
Meer informatie hier is de info
