
Denk je dat sprookjes alleen bestaan voor kinderen die in pyjama voor de buis hangen? Denk nog een keer. De Efteling gooit je er met je muts eronder uit. Hier lopen feeën langs de bush, dwergen klagen over hun rugklachten en spoken lachen je uit omdat jij bang bent. En terecht. Want wie schrikt er nu niet van een draak die uit een berg komt alsof hij net is ontsnapt uit een middeleeuwse therapeut?
Je hoeft niet met een kroon op je hoofd te komen. Maar wel met een beetje kinderlijkheid. Want hier wordt niet gespeeld alsof je gelooft, hier gelóóf je gewoon. Je stapt in een bootje, denkt even: “ja hoor, dit is voor kleintjes”, en vijf minuten later huil je van het lachen in ‘De Vliegende Autobus’ omdat je op je kont valt van de g-krachten. En dat terwijl je nog geen rijbewijs had op de dag dat dit attractiepark werd geboren.
Loop je door het bos en denk je: “hier wacht vast een kabouter achter die boom”, dan heb je gelijk. Ze zitten overal. Niet alleen in de struiken, ook in je hoofd. Want de Efteling werkt als een soort hersenspoeling. Je komt er binnen als volwassene met een tas vol verplichte vrije tijd en komt eruit als kind met rode wangen en een verhaal over een reuzenmier die je bijna opat.
En nee, je hoeft niet met kinderen te komen. Wel met iemand die lacht als er een kabouter een vliegtuigje laat crashen op een schaap. Of als een heks je hoofd onder water houdt terwijl ze zegt: “rustig maar, ik ben alleen maar gemeen.”
Er is eten. Veel eten. Zo veel dat je twijfelt of je nu komt om te schrikken of om te vreten. Patat met stoofvlees? Ja. Een frikandel in een bolletje? Tuurlijk. Een cupcake met een elf erop? Waarom niet. Je maag zegt: “nee”, je hart zegt: “meer”.
Doe je schoenen uit, of niet. Want hier loop je kilometers. Door bossen, over bruggen, langs pretparken die je dachten dat ze uit een boek kwamen. En dan opeens: je staat voor een kasteel. Nee, geen nep. Echt. Met torens, slotgrachten en een ridder die je aankijkt alsof jij de dwaas bent.
Laat je meevoeren. Of laat je gewoon meeslepen. De Efteling pakt je bij de arm en zegt: “kom, we gaan gek doen.” En geloof me, gek doen is hier een vorm van kunst.
Meer informatie lees het hier
