
Trier ligt daar gewoon, onopvallend tussen de heuvels van de Moezelstreek, en denkt: ik ben al eeuwen oud, maar wie kent mij? Precies. Dus pak je spullen, want je gaat 3 dagen de geschiedenis in – zonder saaie docent met een bord vol jaartallen. Hier leer je Romeinse bouwkunst door gewoon lekker te ontbijten tegenover een tweeduizend jaar oude poort. Ja, de Porta Nigra staat daar gewoon, alsof het niets is. Alsof je elke dag langs een Romeins fort wandelt terwijl je op weg bent naar de koffie.
Je overnacht in het Mercure Trier Porta Nigra, een -hotel dat weet hoe het comfortabel moet combineren met karakter. Denk moderne kamers, een zachte bed en een ontbijtbuffet dat geen enkele Romein heeft gekend (gelukkig). Je loopt vanaf hier alles binnen tien minuten. Het middeleeuwse stadsgevoel? Ja. De charmante winkeltjes? Check. De wijnstraten waar je spontaan een glas Riesling pakt? Uiteraard. Trier is klein genoeg om te voet te ontdekken, maar groot genoeg om je elke dag te verrassen met een nieuwe hoek, een verborgen pleintje of een standbeeld dat je denkt te herkennen (maar niet kan plaatsen).
En dan is er de Rijn. Of wacht, toch de Moezel? Maakt niet uit. Je zit op een terras, de zon schijnt, je hebt een glas in de hand en plots denk je: waarom woon ik niet hier? Daarna kom je tot jezelf bij de barista die je vraagt of je nog een koffie wilt of gewoon wil blijven zitten mijmeren. Kies voor koffie. Je moet nog wat muren zien. Romeinse, middeleeuwse, moderne – Trier heeft ze allemaal, en allemaal staan ze gewoon in de weg. Op een leuke manier.
Dus: drie dagen. Genoeg tijd om je hoofd leeg te maken, je camera vol te schieten en je smaakpapillen te trainen op Duitse specialiteiten die je tot nu toe alleen uit pornofilms kende. Of niet. Maar in elk geval: je komt terug met verhalen. En misschien een wijnvlek op je jas.
Meer weten? bekijk de opties
