
Parijs. Ja, die stad. Met de bruggetjes, de geuren van baguettes en die ene metro die nooit komt waar je hem hebben moet. Maar goed: je bent er nu. En niet zomaar ergens, nee, je zit midden in de wijk Saint-Germain, waar de Parijzenaars nog denken dat ze ongezien een croissant kunnen jatten. Welkom bij Hotel Mademoiselle, een 4-sterren plek die net zo charmant is als een Frans kind met een gitaar op het station.
Het hotel? Klein, schattig, met een portier die je aankijkt alsof jij degene bent die iets vergeten is. Maar binnen: rust. Stijl. En een bed waar je in zakt alsof je wordt omhelsd door een onbekende tante die gewoon heel goed bakt. De kamers hebben die typisch Franse nonchalance – alsof iemand heeft gezegd: “Laat maar wat rommel liggen, dat ziet er artistiek uit.” En ja, het ziet er artistiek uit. Zelfs je tandenborstel ziet eruit als een statement.
Je ontbijt? Oui, natuurlijk. Baguette met boter die smelt alsof hij verdrietig is om weg te moeten. Jam die naar zon schijnt. En koffie die je wakker maakt op een manier die grenst aan agressief. Maar je bent in Parijs, je moet wakker zijn. Er is te zien. Te ruiken. Te proeven. En vooral: te verliezen.
Loop naar de Seine, val in de Seine, maak er een moment van. Bezoek een museum waar je niets begrijpt, maar wel goed uitziet. Of blijf gewoon in de buurt van het hotel, want daar zijn ook genoeg cafés waar je niets doet en toch het gevoel hebt dat je iets heel belangrijks doet. Zo heet dat: bestaan.
Drie dagen is weinig. Maar genoeg om verliefd te worden. Op een stad. Op een taartje. Op jezelf, want je ziet er gewoon beter uit met een sjaal om. En als je terugkomt, zeg je niet “Ik was in Parijs”, maar “Ik leefde in Parijs”. Kort, intens, vol baguettes.
Pak je koffer. Of niet. Je past sowieso alles in een tas van een boetiekje dat je morgen niet meer kan vinden.
Meer weten? lees het hier
