Als je denkt: “Ik wil gewoon een plek waar ik mijn slippers niet kwijtraak, maar mijn ziel wel”, dan heb je Phi Phi gevonden. En niet zomaar ergens op het eiland – je logeert in het Saii Phi Phi Island Village, waar de palmbomen knikken en de zee zachtjes zegt: “Kom erin, het is heerlijk.”
Dit resort ligt op een steenworp afstand van het strand, dus je hoeft niet te rennen als je opeens zin hebt in een duik. Je hoeft eigenlijk nergens heen te rennen. Alles is er: de rust, de zon, het zand onder je tenen en een bar waar je kokoswater met parasolservering krijgt. En als je denkt: “Maar ik wil ook écht iets doen”, dan is er genoeg. Snorkelen, klimmen, zwemmen tussen vissen die slimmer zijn dan je baas. Of gewoon: niksen. Niksen is hier een sport.
De kamers zijn ontworpen door iemand die ook van frisse lucht houdt en van dingen die niet piepen. Je voelt je niet in een hotel, maar in een dorpje dat speciaal voor jou is gebouwd. Met een bed waar je in kunt wegzinken en een douche waar je denkt: “Waarom ruik ik opeens als een tropisch fruit?”
Eten? Je proeft Thais, dus pikant, fris, kleurrijk – en je weet niet wat je binnenkort gaat eten, maar je weet wel dat je het wilt. En ’s avonds? Dan zit je op een terras, kijkt naar de zon die dramatisch ondergaat en denk je: “Ja, dit was het plan.”
Dus trek je slippers aan, of laat ze gewoon liggen. Niemand oordeelt hier. Behalve misschien de aapjes. Die kijken wel eens jaloers. Hotel, Krabi, Koh Phi Phi, Thailand
Meer informatie lees het hier
