Stel dat je uitcheckt bij de realiteit en incheckt bij een stad die ronduit weigert serieus te zijn. Sevilla kabbelt. Sevilla danst. Sevilla eet je tapas op terwijl jij nog aan het bestellen bent. En dit hotel? Dat ligt niet ergens langs de rand, nee, het zit midden in de feestende binnenstad alsof het zelf een hoofdrol heeft in een Spaanse telenovela.
Je stapt de deur uit en alstublieft: een bar met een man die palmen op zijn bord schijnt te serveren (nee, dat is geen menufout). Twee straten verder: een winkeltje dat alleen maar handbeschilderde borden verkoopt met teksten als “Relax, het is Spanje” en “Morgen is ook weer een dag, of niet”. En op 10 meter afstand? Het openbaar vervoer, dat net zo traag is als een middagdutje in een hangmat. Maar wie heeft haast als je zo dicht bij alles bent?
Het hotel zelf weet wat het wil. Geen kitscherige flamencodanseres op je kussensloop, geen mini-flesje amandellikeur die niemand drinkt. Gewoon: comfortabel, dichtbij, en met een ligging die je zou kunnen verkopen als “strategisch geniaal” als je ooit voor een investeerderspitch staat.
Je ontbijt, loopt naar de kathedraal alsof je een wandelingetje maakt naar de supermarkt, en eindigt de dag op een terras waar iemand op een gitana speelt alsof zijn leven ervan afhangt. En jij? Jij zit daar met een glas tinto de verano alsof je al twintig jaar Spaans bloed in je aders hebt.
Waarom zou je ergens anders slapen terwijl je hier kunt logeren en elke hoek al kent voordat je je schoenen aanhebt? Hotel, Andalusië, Sevilla, Spanje
Meer weten? Lees meer
