Je stapt uit het vliegtuig, denkt: kom op Bali, laat me niet zomaar vallen. En dan? Bam. Grand Hyatt Bali. Alsof iemand je ogen heeft gecrasht en vervangen door panoramische zee-uitzichten. Je kijkt. Je knippert. Je vergeet hoe je heet.
Dit is niet zomaar een hotel. Dit is een plek waar je voeten in het zand zakken alsof ze een eigen vakantie beginnen. Je hoeft niet eens iets te doen. Gewoon: liggen. Staren. Sippen aan iets met paraplu. Maar als je toch actief wilt, dan is er genoeg. Yoga bij zonsopgang? Alsof je een eigen scène in een wellness-film hebt. Tien minuten later ben je weer mens. Of nou ja, mens-achtig.
De kamers zijn groot genoeg om een klein feestje te bouwen, maar discreet genoeg om te doen alsof je alleen bent. En de badkamer? Daar wil je wel een selfie van posten, maar je telefoon is bang voor vocht. Jammer dan.
En dan is er de spa. Oh, die spa. Daar zit je, met muziek die klinkt alsof ze hem speciaal voor jou hebben gemaakt, terwijl iemand je rug masseert alsof je een stukje deeg bent dat klaar is voor het perfecte brood. Je denkt: dit is het. Dit is waar ik wil sterven. Maar dan bedenk je: nee, ik wil hier vooral blijven leven.
Eten? Ja, daar is ook iets van. Meer dan ‘iets’. Denk verse vis, groenten die nog zwaaien naar hun moeder, en ontbijt waar je minstens drie keer per dag heen gaat. Want waarom zou je stoppen bij één keer? Je bent op Bali. Regels zijn daar net zo tijdelijk als je zonnebrand.
Dus: pak je spullen. Of laat ze liggen. Kom gewoon. Het hotel wacht. De zee wacht. De paraplu in je drankje wacht. En jij? Jij wacht op niets meer. Hotel, Bali, Nusa Dua, Indonesië
Meer informatie bekijk het hier
