Geen gedoe, geen poespas. Je stapt uit die vliegtuigdeur en al snel sta je met je tenen in het zand van Patong Beach. Het soort strand waar je denkt: o ja, daar ga ik liggen. En dat mag. Want het Beyond Patong ligt zo dicht bij het water dat je bijna in zee staat als je de deur uit loopt. Geen kilometers door struiken en parkeerterreinen. Gewoon: deur, straat, zand. Klaar.
Het hotel is net zo relaxed als jij wordt van zodra je er bent. Je kamer heeft airco, een bed waar je niet uit wilt en een balkon waar je ‘goedemorgen’ zegt tegen de zee. En als je honger hebt? Dan loop je vijf minuten en eet je streetfood dat zo vers is dat de krab nog zwaait. Of je kiest voor een chille beachclub waar je met een drankje in de hand ziet hoe de zon als een rood ei onder de horizon ploft.
Phuket is geen dorpje. Het is een eiland met pit. En Patong zit midden in de knaller. Winkelen, lachen, eten, kijken, lopen, stilstaan, weer lopen. Je hoeft niks te organiseren. Het gebeurt gewoon. En als het allemaal wat te veel wordt, trek je je terug op je kamer, laat de airco zijn werk doen en denk je: o ja, ik ben nog steeds op vakantie.
Dit is niet het soort hotel waar je ’s ochtends wakker wordt en denkt: wat nu? Nee, hier weet je het meteen. Strand. Koffie. Strand. Siësta. Strand. Avondeten. En herhalen. Tot je thuiskomt en iemand vraagt: ‘Zag je er nou echt goed uit?’ En jij zegt: ‘Nee, maar ik voelde me wel goed.’ Hotel, Phuket, Patong Beach, Thailand
Meer weten? lees het hier
